|
Elke K.M.O., natuurlijke persoon of rechtspersoon die een activiteit uitoefent die in de Kruispuntbank van Ondernemingen moet worden ingeschreven, moet bewijzen over de basiskennis van het bedrijfsbeheer te beschikken.
De verplichting geldt met andere woorden voor iedere starter van een bedrijf, hetzij als eenpersoonszaak hetzij als vennootschap.
Het is van geen belang of men die activiteit in hoofd- of bijberoep wil uitoefenen.
Hoe bewijst u deze kennis ?
Door het voorleggen van een getuigschrift of diploma
- Een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer uitgereikt in of door:
- de derde graad van het secundair onderwijs (algemeen, technisch, kunst- of beroepssecundair onderwijs)
- de centrale examencommissies van de Gemeenschappen of van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie AD KMO
- de centra voor middenstandsopleiding (opleiding ondernemingshoofd)
- het onderwijs voor sociale promotie
- Een diploma van hoger onderwijs
- Een getuigschrift van een met succes gevolgde opleiding bedrijfsbeheer van tenminste 128 uren, verdeeld over drie maanden (versnelde cursus)
- Ieder diploma of studiegetuigschrift dat overeenkomstig internationale verdragen als gelijkwaardig met deze in eerste tot derde graad beschouwd moeten worden
De volgende diploma's of getuigschriften komen ook in aanmerking als ze vóór 30 september 2000 zijn uitgereikt:
- een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs van de vormen:
- algemeen
- technisch
- of kunstsecundair
- een getuigschrift van het hoger beroepssecundair onderwijs als de akte is afgeleverd in een afdeling handel, boekhouding of verkoop
- een aanvullend getuigschrift over de kennis van het bedrijfsbeheer behaald in het technisch secundair onderwijs samen met een studiegetuigschrift of kwalificatiegetuigschrift van het vijfde of het zesde jaar technisch secundair onderwijs. Deze akten worden enkel aanvaard indien het getuigschrift over de kennis van het bedrijfsbeheer behaald is in het vijfde of het zesde jaar technisch secundair onderwijs
- een aanvullend getuigschrift over de kennis van het bedrijfsbeheer behaald in het beroepssecundair onderwijs samen met een studiegetuigschrift of kwalificatiegetuigschrift van het zesde of het zevende jaar beroepssecundair onderwijs. Deze akten worden enkel aanvaard indien het getuigschrift over de kennis van het bedrijfsbeheer behaald is in het zesde of het zevende jaar beroepssecundair onderwijs
- een getuigschrift waaruit blijkt dat men met succes het eerste jaar van een opleiding tot ondernemingshoofd heeft gevolgd
- een getuigschrift van de centrale examencommissie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie AD KMO(nieuw leerprogramma)
- een diploma of getuigschrift van het onderwijs voor sociale promotie m.b.t. de leerstof zoals bepaald in artikel 6 van het uitvoeringsbesluit (KB 21/10/98) van de KMO-programmawet (10/02/98)
- een getuigschrift gelijkwaardig aan één van de hoger vermelde akten, uitgereikt door de examencommissie van het Rijk of van de Gemeenschap
Gelijkwaardigheidsverklaring:
Het bewijs van de basiskennis van het bedrijfsbeheer kan ook geleverd worden door een gelijkwaardigheidsverklaring van een buitenlands diploma. Indien dit diploma qua niveau overeenstemt met de Belgische diploma’s kan dit als geldig bewijsmiddel aanvaard worden.
Opgelet: u dient in dit geval voor het indienen van uw dossier een niveaubepaling of een gelijkwaardigheidsverklaring aan te vragen bij:
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Departement Onderwijs
Hendrik Conciencegebouw 15
1210 Brussel
02/553.98.14
Indien de akten niet gelijkwaardig verklaard kunnen worden, kan er mits voorlegging van een gedetailleerd leerprogramma bij de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie nagekeken worden of het leerprogramma overeenstemt met artikel 6 van het KB van 21 oktober 1998 (art. 7, § 3).
Centrale examencommissie:
Indien betrokkene aan geen enkele van bovenvermelde gevallen voldoet kan hij/zij zich laten inschrijven voor een examen bij de centrale examencommissie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Centrale examencommissie
WTC Toren III - 26ste verdieping
Simon Bolivarlaan, 30
1000 BRUSSEL
Tel. (02) 208 52 33 - Fax : (02) 208 51 80
Indien de betrokkene slaagt, geldt dit ook als geldig bewijs voor de basiskennis van het bedrijfsbeheer.
Verder kunnen er nog versnelde cursussen inzake bedrijfsbeheer gevolgd worden bij de centra voor middenstandsopleiding.
Bewijs door praktijkervaring:
1. Beroepservaring als zelfstandig ondernemingshoofd of als persoon die zonder door een arbeidsovereenkomst te zijn gebonden het dagelijks beheer van de onderneming op zich genomen heeft
Duur: drie jaar in hoofdberoep binnen de laatste 15 jaar of vijf jaar in bijberoep binnen de laatste 15 jaar
Bewijsstukken: een recent en origineel attest van de sociale verzekeringskas voor zelfstandigen met vermelding van de periode en de hoedanigheid (hoofd- of bijberoep) van aansluiting samen met
- ofwel een recent voor eensluidend uittreksel van de inschrijving in het Handelsregister op persoonlijke naam of op naam van de vennootschap
- ofwel een voor eensluidend verklaarde kopie van het contract van filiaalbeheer
- ofwel de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de benoeming tot bestuursorgaan van de vennootschap
2. Beroepservaring als zelfstandig landbouwer of tuinbouwer waarvoor geen inschrijving in de KBO vereist is.
Duur: drie jaar in hoofdberoep binnen de laatste 15 jaar of vijf jaar in bijberoep binnen de laatste 15 jaar.
Bewijsstukken: een recent en origineel attest van de sociale verzekeringskas voor zelfstandigen met vermelding van de periode en de hoedanigheid (hoofd- of bijberoep) van aansluiting samen met een recent en origineel attest van de Controleur van de Inkomstenbelastingen met vermelding van de periode én de activiteit (zelfstandig land- of tuinbouwer).
3. Beroepservaring als zelfstandig helper
Duur: vijf jaar binnen de laatste 15 jaar.
Bewijsstukken: een attest van de werkgever-hoofdzelfstandige met vermelding van de periode en de hoedanigheid (zelfstandig helper) van de tewerkstelling samen met een recent en origineel attest van de sociale verzekeringskas voor zelfstandigen met vermelding van de periode en de hoedanigheid (zelfstandig helper in hoofd of bijberoep) van aansluiting.
4. Beroepservaring als meewerkende echtgeno(o)t(e)
Duur: vijf jaar binnen de laatste 15 jaar.
Bewijsstukken: een attest van de werkgever-hoofdzelfstandige met vermelding van de periode en de hoedanigheid (meewerkende echtgeno(o)t(e)) van de tewerkstelling samen met een recent en origineel attest van de Controleur van de Inkomstenbelastingen met vermelding van de periode en de hoedanigheid (meewerkende echtgeno(o)t(e)) van de tewerkstelling en een recent voor eensluidend uittreksel van de inschrijving in het Handelsregister op naam van de werkgever-hoofdzelfstandige
5. Beroepservaring als bediende in een leidinggevende functie
Dit is ofwel de adjunct van het ondernemingshoofd of orgaan van de vennootschap voor zover de verantwoordelijkheid overeenkomt met die van het ondernemingshoofd of het orgaan ofwel een lid van de staf belast met taken van bedrijfsbeheer en/of verantwoordelijk voor minstens één afdeling van de onderneming.
Duur: vijf jaar binnen de laatste 15 jaar.
Bewijsstukken: een sociaal document ter bevestiging van de leidinggevende functie waaruit de leidinggevende functie én de periode kan worden opgemaakt (een uittreksel uit de pensioenrekening afgeleverd door Fortis of door de Rijksdienst van Pensioenen, eventueel in combinatie met een attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) samen met:
- ofwel een tewerkstellingsattest van de werkgever met aanduiding van de leidinggevende functie en de periode van tewerkstelling
- ofwel de arbeidsovereenkomst voor zover de functie overeenkomt met een leidinggevende functie (kopies dienen voor eensluidend verklaard te worden door de gemeente) en sowieso een recent uittreksel uit het handelsregister op naam van de werkgever.
6. EG-Verklaring
Het bewijs van de basiskennis van het bedrijfsbeheer kan ook gebeuren aan de hand van een EG-verklaring. Deze verklaring wordt als geldig bewijs aanvaard indien er voldoende jaren zelfstandigheid bewezen worden.
Wie moet die kennis kunnen bewijzen ?
In een eenpersoonszaak:
- het ondernemingshoofd zelf, zijn echtgenote of de partner met wie hij minstens 6 maanden samenwoont
- of een hiervoor aangenomen werknemer.
In een vennootschap:
- de persoon die het dagelijks bestuur uitoefent.
Wie moet die kennis niet bewijzen ?
- Worden vrijgesteld van het bewijzen van voldoende
basiskennis:
- de persoon die een zelfstandige activiteit uitoefent waarvoor de inschrijving in het handelsregister niet verplicht is
- de titularis van een dienstverlenend intellectueel beroep gereglementeerd krachtens de kaderwet van 1 maart 1976
- beroepen die krachtens een andere wet gereglementeerd zijn, op het vlak van de basiskennis van het bedrijfsbeheer.
- Er zijn vrijstellingen voorzien voor de overlevende echtgenoten of partners, voor de kinderen van het overleden ondernemingshoofd en voor zij die een zelfstandige zaak overnemen.
- De ondernemingen die op 1 januari 1999 waren ingeschreven in het handels- of ambachtsregister voor een toen nog niet
gereglementeerde activiteit moeten de basiskennis van het bedrijfsbeheer niet bewijzen.
Zij die niet als een kleine of middelgrote onderneming (KMO) kunnen worden beschouwd.
Zodra één van de volgende drie voorwaarden is vervuld, is het bedrijf geen KMO:
- gemiddeld meer dan 50 werknemers op jaarbasis
- 25% of meer van de aandelen of deelbewijzen is in handen van één of meerdere ondernemingen die zelf geen KMO zijn
- de jaarlijks omzet is 7 miljoen Euro of meer, of het jaarlijks balanstotaal is 5 miljoen Euro of meer.
Betalingsverplichtingen
Op een vestigingsgetuigschrift moeten fiscale zegels worden aangebracht voor een totale waarde van 12,50 EUR.
Sancties en rechtsmiddelen
De onderneming die ten onrechte geen vestigingsgetuigschrift bezit kan worden veroordeeld tot een
geldboete, zelfs tot sluiting. Indien een overtreding wordt vastgesteld kan de federale overheidsdienst
Economie, KMO, Middenstand en Energie een proces-verbaal doorsturen naar het parket, maar de
dienst kan in de plaats daarvan de overtreder een financiële schikking voorstellen.
Bij betaling van het voorgestelde bedrag, wordt het dossier niet doorgestuurd naar het parket.
Geldigheidsduur
De geldigheidsduur van een vestigingsgetuigschrift is onbepaald.
Maar indien de natuurlijke persoon die in de plaats van het zelfstandig ondernemingshoofd of
als dagelijks bestuurder van de vennootschap, het dagelijks bestuur niet meer daadwerkelijk uitoefent,
is het getuigschrift nog maar 6 maanden geldig.
|