Inleiding
De éénmanszaak
De vennootschap
- het vennootschapscontract
- de rechtspersoonlijkheid
- volkomen en onvolkomen rechtspersoonlijkheid
- regeling van de opvolgingsproblematiek
- fiscale voordelen
- op vlak van belastingstarieven
- op vlak van belastingstatuut
- bedrijfsleidersverzekering
- verhuren van gebouwen
- verkoop van aandelen
- het (E)ESV en de fiscus
Voor- en nadelen van een vennootschap
Deskundig advies
Inleiding
Ondernemen betekent de risico´s van het economisch leven voortdurend en nauwgezet inschatten en de nodige voorzorgen nemen, ook ten aanzien van het privé-vermogen.
Een voor U en Uw onderneming geschikte rechtsvorm kan in aanzienlijke mate bijdragen tot de beperking van die risico´s.
Bij het zoeken naar de gepaste rechtsvorm is het aangewezen een beroep te doen op terzake bevoegde deskundigen aan wie de wetgever een bijzondere taak als deskundig adviseur heeft toevertrouwd.
Bij een overzicht van de verschillende rechtsvormen dient eerst een onderscheid gemaakt tussen
- een éénmanszaak enerzijds en
- de diverse vennootschapsvormen anderzijds.
Onderneming en vennootschap zijn dus geen synoniemen: een onderneming kan ook buiten een vennootschapsverband worden gevoerd.
De éénmanszaak
De éénmanszaak, waarvan geen wettelijke definitie bestaat, kan omschreven worden als "het geheel van bestanddelen die worden samengebracht en aangewend om een onderneming te drijven en kliënteel aan te trekken en te behouden".
Hier bestaat er geen duidelijke splitsing tussen het privé-vermogen van de handelaar en het vermogen van zijn
handelszaak.
Deze ondernemer staat dus met zijn gehele vermogen, ook met zijn privé-vermogen in voor het ondernemersrisico.
Hij is dus onbeperkt aansprakelijk.
Wel kan hij zijn persoonlijk vermogen en/of dat van de echtgenoot beveiligen door een aangepast huwelijkskontrakt of door zijn onderneming om te zetten in vennootschapsvorm (bijvoorbeeld een NV of BVBA).
De vennootschap
1. het vennootschapscontract
Aan de basis van elke vennootschap ligt een contract.
Naast de vereisten die zijn voorgeschreven voor alle overeenkomsten zijn er deze die eigen zijn aan het vennootschapscontract:
- Meerdere vennoten:
in principe bestaat een vennootschap uit minimum 2 vennoten.
Toch bepaalt de wet, dat in bepaalde gevallen, een vennootschap door één enkele persoon kan worden opgericht; dit bijvoorbeeld voor een BVBA, de zogenaamde éénhoofdige BVBA of EBVBA.
- Winstoogmerk:
de bedoeling van winst te maken onderscheidt de vennootschap van andere vormen van samenwerking.
De winst kan bestaan uit een in geld waardeerbare verrijking of uit een ander vermogensvoordeel .
- Inbreng:
iedere vennoot moet in de vennootschap een inbreng doen, die kan bestaan in geld, in natura of in nijverheid.
In ruil voor deze inbreng bekomt de vennoot aandelen.
- Delen in winst en verlies:
iedere vennoot deelt in de winst en draagt bij in het verlies.
In principe is het aandeel in de winst, gelijk aan de inbreng van de vennoot.
Binnen bepaalde grenzen zijn afwijkingen op dit principe mogelijk.
- Bereidheid tot samenwerkin:
onder de vennoten moet de wil aanwezig zijn om op basis van gelijkheid samen te werken.
- Bijzondere akte:
de oprichting dient te gebeuren bij een bijzondere akte.
Dit kan een onderhandse akte zijn, doch in bepaalde gevallen moet dit een notariële akte zijn (bijvoorbeeld NV - (E)BVBA - CVA - CVBA).
Deze akte dient de essentiële elementen van het gekozen vennootschapstype te bevatten.
Tevens wordt er rekening gehouden met de taal van het taalgebied, waarbinnen de exploitatiezetel van de vennootschap gesitueerd
2. de rechtspersoonlijkheid
Een vennootschap waaraan rechtspersoonlijkheid wordt toegekend is een rechtssubject dat zelfstandig drager is van rechten en plichten.
Aldus ontstaat er een vermogen dat duidelijk afgescheiden is van hetvermogen der vennoten.
De vennootschapsvormen waaraan rechtspersoonlijkheid wordt verleend staan vermeld in het Wetboek van Koophandel.
Het zijn:
a) de vennootschap onder firma (VOF)
waarbij verschillende personen onder gemeenschappelijke naam een bedrijf uitoefenen.
Deze vennootschap kan bij onderhandse akte worden opgericht en er zijn beperkte verplichtingen inzake openbaarmaking van stukken.
Wel moeten alle handelsdokumenten uitgaande van deze vennootschap duidelijk vermelden dat het om een VOF gaat.
Doordat de aandelen niet éénzijdig overdraagbaar zijn, wordt het gesloten karakter van de vennootschap hier optimaal gewaarborgd.
In de VOF zijn echter alle vennoten hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk voor de schulden van de VOF en brengt het faillissement van de VOF ook het faillissement van de vennoten met zich mee.
b) gewone commanditaire vennootschap (GCV)
tussen één of meer hoofdelijke aansprakelijke vennoten (beherende vennoten) en één of meer
geldschieters (stille vennoten).
Al hetgeen hierboven vermeld is voor de VOF kan overgenomen worden voor deze vennootschapsvorm, met dit onderscheid dat de stille vennoten enkel gehouden zijn tot hun inbreng en deze laatsten zich geenszins kunnen inlaten met het bestuur van de vennootschap.
De GCV mag geen winsten uitkeren zolang er overgedragen verlies
is.
c) de commanditaire vennootschap op aandelen (CVA)
die zoals de GCV ook door 2 types van vennoten wordt aangegaan en waarbij aan de stille vennoten in ruil voor hun inbreng aandelen aan toonder worden toegekend.
Dit is een belangrijk voordeel.
Het statuut van de stille en beherende vennoten is qua aansprakelijkheid gelijk aan dit in de GCV.
Deze vennootschap dient opgericht bij notariële akte en de CVA moet voldoen aan alle boekhoudkundige verplichtingen inzake publicatie enz...
d) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA)
waarbij de vennoten zich slechts tot hun inbreng verbinden en de overdracht van de rechten der vennoten aan specifieke voorwaarden en regels is onderworpen.
Het specifieke van de BVBA ligt thans voornamelijk in haar besloten karakter.
Dit betekent dat de overdracht en overgang van aandelen aan specifieke regels is gebonden, die verhinderen dat de aandelen zonder de instemming van de medevennoten zomaar in vreemde handen zouden overgaan en het eventueel familiaal karakter van de vennootschap beschermd wordt.
Voor het overige worden de verschillen met de NV ingevolge recente wetswijzigingen steeds kleiner.
Wel is het minimumkapitaal voor de BVBA kleiner (18.600,- Euro) en is er met het zaakvoerderschap een eenvoudige bestuursstructuur.
In de BVBA zijn de vennoten slechts aansprakelijk voor hun inbreng.
De EBVBA (eenhoofdige BVBA) kan zelfs door één vennoot worden opgericht doch men kan slechts enig vennoot zijn in één EBVBA.
Deze vennootschap wordt eveneens bij notariële akte opgericht en is onderworpen aan boekhoudkundige en administratieve
verplichtingen.
e) de naamloze vennootschap (NV)
ontworpen voor de grotere ondernemingen en waarbij de vennoten zich slechts verbinden tot hun inbreng.
Het betreft hier een echte kapitaalsvennootschap, hetgeen met zich meebrengt dat de aandelen er in principe aan toonder zijn en vrij overdraagbaar zijn.
De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van Bestuur samengesteld uit ten minste drie leden, wat kan leiden tot een ingewikkelde besluitvorming.
De vennootschap wordt opgericht bij notariële akte en dient boekhoudkundige en administratieve verplichtingen na te leven.
f) de coöperatieve vennootschap (CV)
bestaande uit een veranderlijk aantal vennoten en inbrengen.
Er zijn types van CV:
- deze met beperkte aansprakelijkheid
- deze met hoofdelijke en onbeperkte aansprakelijkheid
- deze bij wijze van deelneming
g) de (Europese) ekonomische samenwerkingsverbanden (EESV of ESV)
Het gaat hier om vrij recente vennootschapsvormen, met (onvolkomen) rechtspersoonlijkheid die aan ondernemingen de
mogelijkheid bieden om een zelfstandige juridische samenwerkingséénheid op te richten met het oog op de
vergemakkelijking, rationalisatie of ontwikkeling van hun economische activiteit.
De activiteit van het samenwerkingsverband moet verband houden met de economische activiteit van de leden-ondernemingen:
het samenwerkingsverband heeft een ondersteunend karakter en kan dus niet gebruikt worden voor de oprichting van een nieuw bedrijf of om alle activiteiten van de leden te verenigen (fusie).
De samenwerking moet betrekking hebben op bestaande activiteiten bijvoorbeeld gezamenlijke boekhouding, een gemeenschappelijke aankoop of prospectie...
Het verschil tussen EESV en ESV bestaat erin dat het EESV leden uit verschillende lidstaten van de Europese Gemeenschap verenigt en dit niet het geval is voor het ESV.
Een (E)ESV kan opgericht worden bij onderhandse akte.
De tussenkomst van een notaris lijkt echter aangewezen.
h) vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid
Niet alle vennootschappen hebben rechtspersoonlijkheid.
Denken we maar aan de burgerlijke vennootschappen zoals de burgerlijke maatschap en de vereniging in deelneming en de tijdelijke vereniging.
3. volkomen en onvolkomen rechtspersoonlijkheid
Bij de vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld NV, (E)BVBA en CVBA) is de vennoot enkel gehouden tot zijn inbreng: in principe kan hij niet aangesproken worden om met zijn privé-vermogen de vennootschapsschulden te betalen (bijvoorbeeld bij een faillissement).
Hier spreekt men dus van een beperkte aansprakelijkheid.
Dit is anders bij de vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld VOF en GVC), waar de vennoten
onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk blijven.
Toch zal in bepaalde gevallen de beperkte aansprakelijkheid verbonden aan de volkomen rechtspersoonlijkheid niet gelden.
Als voorbeelden kunnen hier vermeld worden:
a) Ontoereikend kapitaal bij de oprichting:
wanneer bijvoorbeeld een NV of BVBA binnen de 3 jaar na haar oprichting failliet wordt verklaard en de vennootschap over
onvoldoende kapitaal beschikte voor de normale uitoefening van haar activiteit gedurende minstens 2 jaar, kunnen de oprichters een bijzondere aansprakelijkheid (oprichtersaansprakelijkheid) oplopen.
b) De gerechtelijke opheffing van de beperkte aansprakelijkheid
ook na faillietverklaring, omwille van bijvoorbeeld vermenging van het vermogen van de vennootschap met het privé-vermogen, onregelmatige boekhouding, miskenning van de vennootschapsstructuren.
c) Kapitaalsverlies
wanneer door opgelopen verliezen het netto-aktief gedaald is tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal en de algemene vergadering niet tijdig werd bijeengeroepen, wordt de door derden geleden schade toegeschreven aan het niet bijeenroepen van deze vergadering.
d) Slecht bestuur
degenen die de vennootschap besturen zijn aansprakelijk voor een goed bestuur van de vennootschap.
e) Opheffing door eigen toedoen
In de mate men zich persoonlijk borg stelt voor de kredieten die door de vennootschap worden opgenomen of men persoonlijke goederen hypothekeert ten behoeve van de vennootschap, vervalt tegenover deze schuldeisers de bescherming van de beperkte aansprakelijkheid.
4. Regeling van de opvolgingsproblematiek
De opvolging binnen een familiaal bedrijf is een ingewikkelde aangelegenheid, waaraan naast juridische ook psychologische, bedrijfsorganisatorische en economische aspecten zijn verbonden.
Toch kan gesteld worden dat de opvolging gemakkelijker verloopt binnen een vennootschapsverband.
Waarom?
1. Gezien de onderneming door het aannemen van een vennootschapsstructuur, ook juridisch een eigen leven leidt, wordt
zij in haar voortbestaan niet bedreigt bij een eventueel plots overlijden van de bedrijfsleider.
2. Door de inbreng in de vennootschap van de onderneming hebben de vennoten in ruil aandelen ontvangen.
Deze aandelen vertegenwoordigen de rechten van de vennoten op de vennootschap die op haar beurt eigenaar is geworden van de
onderneming.
Hierdoor is de onderneming gefraktioneerd en kan de overdracht geleidelijk en progressief gebeuren, wat onmogelijk is bij een éénmanszaak.
Daarbij kan deze trapsgewijze overdracht nog gebeuren door de combinatie van diverse juridische technieken als verkoop, schenking of legateren van aandelen; tevens kan aldus ook de overdracht van het management geleidelijk gebeuren waarbij gemakkelijker een oplossing kan gevonden voor de verzuchtingen van de generatie die het bedrijf binnen afzienbare tijd zal verlaten en de aspiraties van hen die het bedrijf zullen verder zetten.
5. Fiscale voordelen
De oprichting van een vennootschap biedt ook andere voordelen.
Op fiscaal vlak worden hier enkele verschillen aangeduid tussen de éénmanszaak en de vennnootschap:
1. Op vlak van belastingstarieven
De personenbelasting is onderworpen aan een progressief tarief: Hoe hoger het inkomen, hoe groter de belastingdruk.
| Inkomenschijf | Tarief belasting |
| 0 - 6.840 EUR | 25% |
| 6.840 - 9.740 EUR | 30% |
| 9.740 - 14.530 EUR | 40% |
| 14.530 - 29.740 EUR | 45% |
| > 29.740 EUR | 50% |
De vennootschapsbelasting kent slechts 1 basistarief, momenteel 33%.
Er is, in tegenstelling tot de personenbelasting, ook geen gemeentebelasting verschuldigd.
Daarnaast is er een mogelijkheid om te genieten van een verlaagd tarief, zij het onder voorwaarden.
Voorwaarde verlaagd tarief vennootschapsbelasting: 24.500 EUR- regel (minimum 24.500 EUR bezoldiging aan één bedrijfsleider of een bezoldiging > of = de belastbare winst van de vennootschap).
Die minimumbezoldiging wordt nu geleidelijk opgetrokken. Voor de komende jaren gelden de volgende bedragen:
- (ongewijzigd) 24 500 EUR voor aanslagjaar 2004
- 27 000 EUR voor aanslagjaar 2005
- 30 000 EUR voor aanslagjaar 2006
- 33 000 EUR voor aanslagjaar 2007
- 36 000 EUR voor aanslagjaar 2008 en volgende
Hier dient opgemerkt dat het verlaagd tarief voor de vennootschap de belastingsdruk verlegd naar de personenbelasting. De zaakvoerder komt immers in de hoogste inkomensschijf terecht.
Door stelselmatig de minimumbezoldiging op te trekken kan dit bij betrokken bedrijfsleider leiden tot een belastingsverhoging van 5.000 euro
Wanneer men werkt onder vennootschap is men meestal geneigd om een bezoldiging uit te keren die net hoog genoeg is ´om te leven´. De rest van de gelden blijven in de vennootschap. Bij tweeverdieners is ´om te leven´ dikwijls lager dan dan het verplichte minimum. Om de belastingdruk te verlagen zal men dikwijls dat minimum uitkeren om fiscaal voordeliger belast te worden in de vennootschap. Een aandachtige lezer heeft al gemerkt dat het eigenlijk een broek- vestzakoperatie is. Wat de ene minder betaald, wordt bij de andere teruggehaald.
2. Op vlak van belastingstatuut
In een vennootschap heeft men de bestemming van de belastbare basis zelf in handen.
Zo kan men beslissen of er aan de bestuurders/zaakvoerders eerder een arbeidsvergoeding of een deel in de winst zal uitgekeerd worden, hoe groot elk deel zal zijn en wanneer het uitkeerbaar is.
Dit is niet mogelijk bij de éénmanszaak: alles wordt er zonder onderscheid belast.
3. Bedrijfsleidersverzekering
Onder bepaalde voorwaarden, kan de vennootschap integraal de premies aftrekken die zij betaalt voor een verzekeringscontract waarbij aan de ondernemer de uitkering van een kapitaal wordt gegarandeerd op het ogenblik dat hij de onderneming verlaat (pensioen, overlijden). De zelfstandige met een éénmanszaak, die een levensverzekeringscontract voor zichzelf afsluit, kan de premies slechts aftrekken ten belope van een bepaald bedrag per jaar.
4. Verhuren van gebouwen wordt mogelijk
De vennoot kan een bedrijfsgebouw dat hem toebehoort en dat hij niet wenst in te brengen in de vennootschap, verhuren aan de vennootschap.
De huur is voor deze laatste een aftrekbare bedrijfsuitgave.
Voor de vennoot is de werkelijk ontvangen huur een belastbaar inkomen.
Daar het gebouw blijft behoren aan het privé-patrimonium van de vennoot ontsnapt hij aan een mogelijke meerwaardebelasting, maar kan het gebouw ook niet worden afgeschreven.
Evenwel heeft de wetgever recentelijk paal en perk gesteld aan de misbruiken van een overdreven huur door te bepalen dat boven een zeker niveau, de ontvangen huurgelden, toch zullen worden aangezien als beroepsinkomsten.
5. Verkoop van aandelen
De gerealiseerde meerwaarden bij overdracht van aandelen zijn in principe niet belastbaar.
Op die wijze kan de ondernemer zijn activiteiten stopzetten zonder grote fiscale problemen.
Bij een éénmanszaak wordt de ondernemer geconfronteerd met belastbare stopzettingsmeerwaarden of eventueel zware registratierechten bij de schenking van de onderneming.
6. Het (E)ESV en de fiscus
Voor de toepassing van de inkomstenbelasting wordt het (Europees) economisch samenwerkingsverband geacht geen rechtspersoonlijkheid te hebben en is het dus niet onderworpen aan directe belasting.
De (on)verdeelde winsten of baten worden in hoofde van de verschillende leden van het verband belast.
Voor-en nadelen van een vennootschap
Als men de vennootschapsvorm vergelijkt met de onderneming die gevoerd wordt in de vorm van een éénmanszaak, dan kan algemeen gesteld worden dat het grote nadeel van de éénmanszaak is, dat de ondernemer hier aansprakelijk blijft met heel zijn vermogen, zodat er een grote verbondenheid is
tussen welslagen van de onderneming en de welvaart van de ondernemer.
Daar tegenover staat dan weer dat deze vorm weinig boekhoudkundige en/of administratieve verplichtingen oplegt zowel bij de oprichting als nadien.
De eenheid van leiding en bezit van de zaak biedt ook de kans voor een vlotte besluitvorming.
Fiskaal is de taxatie van de meerwaarden nadelig.
Het grote voordeel van een vennootschapsvorm ligt in de rechtspersoonlijkheid, waardoor de onderneming een apart bestaan
leidt en tal van problemen een vlotte oplossing kunnen krijgen (bijvoorbeeld opvolging).
Dit gepaard gaande met het even belangrijke voordeel van de beperkte aansprakelijkheid en de fiscaal vriendelijker taxatie heeft ertoe geleid dat meer en meer een beroep op de vennootschapsstructuur wordt gedaan.
Toch dient te worden aangestipt dat vaak een minimumkapitaal is vereist om van de bovenvermelde voordelen te kunnen genieten en dat de boekhoudkundige en administratieve verplichtingen wel heel wat zwaarder zijn in vergelijking met die voor een
éénmanszaak.
Deskundig advies
Uw financieel adviseur kan u in alle onafhankelijkheid voorlichten bij de start van uw onderneming over de al of niet wenselijkheid van de oprichting van een vennootschap. Als leidraad gebruikt hij daarvoor volgende ´normen´
- Het inkomensniveau moet voldoende hoog liggen opdat het fiscaal voordeel van een vennootschap zou opwegen tegen de bijkomende kosten en inspanningen.
- Oprichting van een vennootschap heeft maar zin als niet alle inkomsten worden uitgekeerd.
- extra mogelijkheden: verhuring van roerende goederen (belast aan 15 % na 50 % forfaitaire aftrek), kinderen inschrijven als jobstudent, firmawagen, groepsverzekering (pensioenopbouw)...
- U moet zich kunnen "thuisvoelen" in een vennootschapsstructuur
- U heeft geen bezwaar tegen meer administratieve ´rompslomp´ en hogere kost voor administratie
U kiest voor een vennootschapsvorm
Uit het voorgaande blijkt dat de vennootschappen aan een heel eigen wetgeving onderworpen zijn.
Komt daar nog bij dat deze wetgeving de laatste jaren in volle evolutie is.
Mede door ontwikkelingen op Europees en internationaal vlak, bevindt de vennootschapswetgeving zich in een stroomversnelling.
Dit heeft tot gevolg dat vaak meerdere ingrijpende wetswijzigingen in één jaar plaats vinden.
Het is dus belangrijk zich te wenden tot gekwalificeerde personen, die perfect op de hoogte zijn.
Het belang van de tussenkomst van een notaris in het vennootschappenrecht wordt daarbij door de wetgever in bepaalde
gevallen onderlijnd door zijn verplichte tussenkomst (cfr. bv. oprichting NV, BVBA, CVBA, statutenwijzigingen...).
De redactie van de vennootschapsakte, biedt benevens de juridische bijstand en verantwoordelijkheid van de notaris als raadsman van partijen - wat de garantie inhoudt van de geldigheid en de degelijkheid van het contract - ook het voordeel van een professionele begeleiding.
Ze verzekert de blijvende bewaring van de originele akte en de permanente mogelijkheid tot het afleveren van tegenover iedereen als bewijskrachtig geldende uitgiften ervan.
Hij zal samen met U zoeken naar de voor U meest geschikte vorm en naar de consequenties van de keuze voor gene of andere vorm.
Hij zal U daarbij tevens wijzen op de weerslag op het vlak van het sociaal recht van het opnemen van een bestuurstaak.
In dit verband dient ook te worden gewezen op de diverse maatregelen van openbaarmaking, die de wetgever heeft ingesteld ter bescherming van het rechtsverkeer (bijvoorbeeld publicatie in het Staatsblad, neerlegging van het vennootschapsdossier op de Griffie van de bevoegde Rechtbank enz...) en die via de notaris geregeld worden.
|